Categorieën
Blog Nederlands Reisverslag

Dag 50 – Kukai bedanken in Koyasan

We maken kennis met de hoofdmonnik en verkennen dan Koyasan. Daar blijkt Kukai in zijn eeuwige meditatie een grote eter te zijn.

14 oktober 2019 – Al om kwart over vijf ben ik klaarwakker. Het is koud in de slaapkamer en dat ben ik niet gewend. Ik verzamel moed en stap het warme bedje uit, kleed me aan en zoek mijn spullen bij elkaar. Vandaag gaan Martina en ik Kukai bedanken in Koyasan.

Een tempelceremonie voor het ontbijt

De tempelceremonie start om zes uur, dan worden we verwacht in de main dou. Als we daar aankomen, blijken er ook drie Engelse toeristen en een Deens echtpaar aanwezig te zijn. Zij zitten op de eerste rij, dus we besluiten tweede rang te gaan zitten. Blijkbaar zien we er wat sjofel uit in onze verwassen witte hakui, want er wordt een beetje vreemd naar ons gekeken. Er liggen plaids die we over onze benen leggen. Dat is zeker geen overbodige luxe, want ook hier is het meer dan fris.

Het vuurritueel

De ceremonie blijkt een vuurritueel te zijn. De monniken zijn ruim een uur bezig met chanten, voorlezen van soetra’s en het verbranden van houten stokjes. De vlammen laaien op enig moment zo hoog op, dat ik bang ben dat de tatami of de tempelbeelden in brand zullen vliegen. Gelukkig gebeurt dat niet. Dan worden we uitgenodigd om zelf ook naar het altaar te lopen. Daar mogen we een kaars en vervolgens een stokje aansteken, dat door een monnik later in het vuur wordt gegooid. Het ritueel duurt aanmerkelijk langer dan de rituelen die ik op Shikoku heb bijgewoond.

Uitleg van de monnik

Rond een uur of zeven draait de monnik die de ceremonie heeft geleid zich om en gaat met ons in gesprek. Hij spreekt vloeiend Engels en blijkt een Zwitser te zijn. Daardoor kan hij de uitleg naar behoefte in het Japans, Frans, Italiaans, Duits en Engels geven: zeer indrukwekkend. Hij legt uit wat de monniken zonet hebben gedaan. Eén van de elementen uit zijn uitleg valt me op. Aan het eind van het ritueel lezen de monniken namen op van overleden personen. Dat bevreemd me, ik zou verwachten dat die rol eerder bij een Shintoshrine zou passen.

Verwevenheid tussen Shintoïsme en Boeddhisme

Als ik daar een vraag over stel, vertelt hij uitgebreid over de historie van Japan. In 1868, de Meiji-periode, werd besloten het shintoïsme als ‘staatsreligie’ over te nemen. In die periode zijn veel boeddhistische tempels vernietigd. Maatschappelijk leidde dat tot een ongewenst effect, namelijk dat bij het verzorgen van zieken en het afleggen van overledenen geen ‘geestelijke’ aanwezig was. Vanuit het shintoïsme werden die activiteiten als onrein gezien. Daarom is destijds besloten dat de boeddhisten zich daar mee bezig moeten houden. In het verlengde daarvan ligt bij de tempels nu een verantwoordelijkheid om familieleden van overledenen te informeren over de sterfdag, zodat zij een herdenking kunnen houden. Veel familieleden kiezen ervoor de tempels te vragen dat van ze over te nemen tegen een vergoeding. Dat levert de tempels dus inkomsten op, zeker in vergrijzend Japan.

En dan staan wij even centraal als henro

Aan de andere aanwezigen vraagt hij of ze weten waarom Martina en ik in het wit gekleed zijn. Als blijkt dat zij dat niet weten, vraagt hij ons om uitleg te geven over de henro. Hij vraagt of we weten wat er op de achterkant van onze hakui geschreven staat. De spreuk geeft aan dat je deze tocht samen met Kukai aflegt. Ik vertel over de wandeltocht en als ik aangeef vijfenveertig dagen gewandeld te hebben, zie ik dat de ‘toeristen’ opeens met veel respect naar me kijken. Van ‘sjofele’ aanwezigen blijken Martina en ik opeens in toegewijde pelgrims te veranderen.

De tempel beidt mogelijkheden voor ‘stages’

Als assistent hoofd-monnik geeft hij aan dat de tempel mensen de mogelijkheid biedt om boeddhist te worden. Eén van de aanwezigen tijdens het vuurritueel had dat hele traject doorlopen en blijkt vandaag monnik te worden. Zij gaat een Shingontempel in Taiwan opzetten. En de novice die ons gisteravond bediende, is een Amerikaanse PhD-student die een periode van een maand in de tempel meewerkt. Vanuit het internationale karakter van deze tempel, zijn er hier dus ook mogelijkheden voor buitenlanders.

De tuin van Muryokoin

Op privébezoek bij de hoofdmonnik

Rond 7:20 is de ceremonie klaar. Als we opstaan, komt de monnik naar ons toe en vraagt Martina en mij of we mee willen naar de hoofdmonnik. Dat past natuurlijk prima als we Kukai bedanken in Koyasan. Hij wil graag met ons in gesprek over de henro. We wandelen achter hem aan door de tempel, tot we in een kleine tatami-kamer komen. Daar krijgen we thee, snoepjes en rijstcrackers geserveerd. Terwijl we aan onze thee nippen, vult de kamer zich. Nathan, de novice van gisteravond, de Taiwanese dame die vandaag monnik wordt en uiteindelijk de hoofd-monnik komen binnen. Ieder zoekt een plekje in de kamer. We praten uitgebreid over onze ervaringen tijdens de henro, de aanwezigen zijn echt geïnteresseerd in wat we hebben ervaren.

Liaison naar het Vaticaan

De hoofdmonnik blijkt vloeiend Italiaans te spreken. Martina is helemaal in haar element. Ze vertelt over haar pelgrimservaringen tijdens de henro, de Camino de Santiago en de Via Francigena. De monniken zijn onder de indruk. Dan vertelt de hoofdmonnik dat hij regelmatig in Italië is, omdat hij namens de Shingon-boeddhisten vertegenwoordiger is op het Vaticaan. Dan sluiten zijn zoon en vrouw aan met hun hondje. De kamer zit nu propvol mensen en terwijl we thee drinken, praten we over onze ervaringen en leren we elkaar beter kennen. Ook hier ervaar ik weer dat de henro zorgt voor een ‘onzichtbare’ verbinding tussen mensen.

Op naar het ontbijt

Om precies acht uur vertrekken we onder leiding van de Zwitserse monnik naar de eetzaal. Het is tijd voor het ontbijt. Daar treffen we ook de andere aanwezigen. Tijdens het uitgebreide vegetarische ontbijt gaat de monnik dieper in op het Shintoïsme en Boeddhisme. Hij geeft aan beide levensovertuigingen niet echt te zien als religies. Het feit dat ze naast elkaar kunnen bestaan is dankzij de Japanse cultuur. Zoals ik tijdens mijn henro al eerder hoorde, weten Japanners meestal zaken te combineren in plaats van uit te sluiten.

Managers leren dienen in de tempel

De managers die in een tempel ‘leren dienen’ worden gevormd om die rol in hun bedrijf te vervullen. Ook vertelt hij hoe ze in Muryokoin op dit moment veel Chinese monniken opleiden. Zij gaan terug naar China om nieuwe Boeddhistische tempels te stichten. Na een periode waarin communistisch China alle religie heeft uitgebannen, komt nu het Shingon-boeddhisme terug waar het ooit is ontstaan. Ook hier wordt de cirkel gesloten: het gedachtegoed van Kukai keert terug naar waar het vandaan komt.

Op zoek naar de andere tempels: Kukai bedanken in Koyasan

Na het ontbijt pakken we onze spullen in en mogen we de rugzakken bij de receptie achterlaten. Vandaag gaan we op zoek naar de laatste stempels terwijl we Koyasan verkennen. Als eerste gaan we op weg naar het VVV, dat gelukkig dichtbij blijkt te zijn.

Op naar de Okunoin en Kōbōdaishi-Byō

Ik had me voorgenomen om Kukai te danken voor het veilig volbrengen van mijn henro. Daarmee sluit ik dan mijn henro af en daarna zal ik ook mijn witte kleed uitdoen. Op Koyasan ben ik dus nog even henro. En als henro wil ik sowieso de laatste twee stempels halen die me door de dame van henro house Ichiban Mousen Douri zijn aangeraden. Met het kaartje van het VVV zijn die tempels snel gevonden.

Weinig pelgrims

Het valt me op dat er eigenlijk nauwelijks pelgrims in Koyasan zijn. Ik zie veel toeristen op straat en bij de tempels. Het komt op me over alsof we een toeristische attractie bezoeken. Als eerste wandelen we richting de Okunoin, de enorme begraaf-/ herdenkingsplaats waar een tempel aan Kukai gewijd is. Op de natuurstenen wandelpaden zien we veel toeristen wandelen. Een deel van de Japanners kijkt ons met respect aan, zij herkennen ons als pelgrims in onze henro-outfit.

Graven bedekt met mos

De graven waar we langslopen, variëren in grootte en ouderdom. Sommige zijn helemaal bedekt met mos of overgroeid. Andere zijn nog relatief schoon. Een deel is vol een pracht en praal en duidelijk gericht op het tonen hoe belangrijk de overledene was. Dat voelt voor mij toch een beetje vreemd aan, het boeddhisme zou toch gericht zijn op reïncarnatie? In dat geval verwacht ik, dat het vooral gaat om wat je goed gedaan hebt om beter terug te komen in een volgend leven.

De okunoin: een begraafplaats in het groen van de bergen

Betoverende sfeer

De enorme bomen maken dat het voelt alsof ik in een bos loop. Het mos en de begroeiing van de grafstenen versterken dat gevoel. Er gaat een enorme rust vanuit, ondanks de drukte op de wandelpaden. Zo af en toe zie ik een henro wandelen, vers in het helder wit gestoken: zijn dit auto-pelgrims of nog startende henro? Het lukt me niet om contact te leggen met hen. Bij de brug die naar de Kōbōdaishi-Byō leidt, staat dat je hier met respect moet zijn, geen foto’s mag maken en je netjes moet gedragen. Bij de tempel heb ik moeite om een plekje te vinden voor mijn ritueel. Ik ga naar binnen en zie een enorme ruimte met veel pracht en praal. Een beetje achteraf vind ik een plekje voor mijn eerste ritueel. Gelukkig is er ook een plekje waar ik mijn kaarsje kan aansteken en mijn wierrook kan branden.

Tweede ritueel bij de grot: Kukai bedanken in Koyasan

Ik verlaat de tempel en verken de omgeving. Achter de tempel ligt een grot. Dat is de plek waar Kukai in ‘eeuwige meditatie’ zit. Daar kan ik mijn tweede ritueel doen. Het valt me op dat er weinig toeristen de moeite nemen om hier naartoe te gaan. Dat geeft mij de ruimte om de soetras hardop te zeggen in mijn eigen tempo. Hier zeg ik dankjewel voor de veilige tocht, voor het feit dat ik gegroeid ben in zelfvertrouwen.

Moment voor reflectie

Ik bedank de mensen op Shikoku voor hun hulp in de vorm van o-setai, het bieden van plekken waar ik kon slapen en de bemoedigende woorden. Dat maakte dat ik me gedragen heb gevoeld. Al die kilometers langs saaie wegen, over de bergpaden en door de dorpen en steden hebben me veel gebracht. Mijn kongozue heeft me al die tijd ondersteund en omdat die staf Kukai representeert, dank ik hem voor deze steun. Na het ritueel sta ik even stil bij wat me allemaal is overkomen. Een zestal tyfoons, bijna van een berg afvallen, prachtige ontmoetingen, de vochtige hitte (atsui desu, yo!) en het veilige contact met het thuisfront. De emoties van deze ervaringen overspoelen me en ik ervaar trots op wat ik bereikt heb. Ik heb de hele tocht gewandeld en alle 88 tempels bezocht!

Rondkijken naar de nokyocho

Mijn laatste nokyocho
Mijn laatste nokyocho

Als ik klaar ben, loop ik om de tempel heen en kijk wat rond. Als ik het pad naar de brug terugwandel, zie ik de nokyocho-office. Daar is een wachtrij als een ‘straatje’ ingericht à la de Efteling. Gelukkig is het rustig en ben ik snel aan de beurt. De monnik bladert door mijn nokyocho en feliciteert me met het afronden van mijn henro. Hij zet de stempels en kalligrafeert de pagina. Hij geeft het boek aan me terug met twee handen en drukt me op het hart om ook de laatste stempel te halen.

Etenstijd voor Kukai

Nadat ik mijn stempel heb gekregen, zie ik drommen mensen op weg gaan naar de tempel. Het blijkt tijd voor een ritueel waarbij de monniken Kukai voorzien van eten. Dat blijkt echter een uitgebreid ritueel te zijn. En zoals Martina me influistert: Kukai is een grote eter, gezien de hoeveelheid eten die aan hem wordt geserveerd. Voor ons is het te druk, dus we verlaten de tempel en wandelen terug.

En dan via Daimon naar Kongōbuji

Kukai bedanken in Koyasan: Daimon de gate van Koyasan

De laatste stempels zijn te krijgen bij het ‘administratieve centrum’ van de Shingon-boeddhisten, Kongōbuji. Voordat we daar naartoe gaan, bezoeken we eerst de toegangspoort tot Koyasan. Die ligt niet aan de kant van de cable-car: De toegang tot Koyasan is Daimon en dat is een enorme poort. Vandaag hangt er mist op de berg en dat draagt bij aan de mystieke sfeer van de poort. Zoals gewoonlijk groet ik de poortwachters en dank hen voor een veilige tocht. Op verzoek van Martina maak ik een foto van haar terwijl ze over de drempel stapt. Zij vraagt zich af of ze de jongste pelgrim is die de hele tocht heeft gewandeld. Dat is voor haar echt belangrijk.

Een sigarettenautomaat in Koyasan

Tijd voor koffie

Aan de hoofdstraat zien we een gezellig klein restaurantje. Binnen is het best druk, gelukkig vinden we een plekje. Onder het genot van een kopje koffie en een taartje bespreken we onze ervaringen en de plannen voor na vandaag. Martina gaat naar Kyoto en ik heb besloten Osaka te gaan verkennen. We zoeken ook even uit hoe we daar kunnen komen. Martina pakt een bus hier in Koyasan en ik neem weer de cable-car en trein. Dat betekent dat we afscheid nemen bij Muryokoin. Maar nut gaan we eerst op zoek naar de laatste stempels.

Kukai bedanken in Koyasan: Kongōbuji

Deze tempel heeft een bijzondere structuur. De binnenplaats is vierkant en er staan netjes bordjes om je de weg te wijzen. Ik voer mijn ritueel hier voor het hoofdaltaar uit. Dan zoek ik een ingang en zie bordjes staan. Binnengekomen moeten de schoenen uit en slippers aan. De nokyocho-office is al snel gevonden en de laatste stempels gezet. Dat gaat hier op de automatische piloot, dit keer geen felicitaties of extra aandacht voor deze henro.

Bloemschikkunst op twee niveaus

Bij Muryokoin trek ik mijn pelgrimskleren uit

We wandelen terug om onze rugzakken op te halen. Bij Muryokoin trek ik mijn hakui uit en stop die veilig bij de rest van mijn spullen in de rugzak. Daarmee verander ik van pelgrim in toerist. Ik neem afscheid van Martina: onze pelgrimstocht is ten einde. Mijn gemoed schiet vol, ik wil eigenlijk geen afscheid nemen van de henro. Shikoku en de 88 tempels hebben mijn hart gestolen. Deze ervaring zal voor altijd bij me blijven. In gedachten bedank ik nogmaals Kukai, de mensen op Shikoku, mijn vrienden en familie en de community op Facebook. Zij hebben me gedragen tijdens mijn henro. Mijn henro is nu afgerond.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *