Categorieën
Blog Reisverslag

Dag 5 – Waar pelgrims achterovervallen – Henro korogashi – Shosan-ji

Vandaag ga ik de eerste grote uitdaging aan. De tocht leidt over een bergpiek van 800m naar Shosan-ji op 700m. Daarna daal ik iets af naar ryokan Nabeiwa-so voor mijn overnachting. Totaal 21,4km wandeling.

30 augustus 2019 – De weersvoorspellingen voor Japan zijn erg onbetrouwbaar. Waar gisteren meer dan 10cm regen voorspeld was, viel er nauwelijks een centimeter. Vannacht regende het even heel hard. Dat is geen goede voorbereiding voor een dag met als thema waar pelgrims achterover vallen. Gelukkig is het rond 6:00 als ik opsta vrijwel droog. Vannacht erg goed geslapen. Gisteravond oordoppen ingedaan en een paracetamol geslikt. Daarop viel ik snel in slaap.

Ontbijt aan de picknicktafel

Na een sanitaire stop en een korte wasbeurt, pak ik mijn spullen in en ga ontbijten aan de picknicktafel buiten. De Japanner is net bezig rijst te koken voor zijn ontbijt. We wisselen even een groet uit en doen verder ieder ons ding. Het valt me op, dat hij een versleten overall draagt. Is het wel een henro? Het zou ook zomaar een bouwvakker kunnen zijn. Maar hij slaapt wel op een henro-plek.

De damp hangt in de lucht

Vroeg op weg

Rond half zeven wandel ik weg. De Spanjaarden worden dan net wakker. Ik wens ze een goede reis en ga op pad. De eerste drie kilometers van vandaag leiden me terug naar tempel 11. Rond kwart over zeven maak ik daar even gebruik van het nette toilet op de parkeerplaats. Gelukkig zijn Japanse toiletten bijna altijd keurig verzorgd en schoon!

De start van het pad naar Shosan-ji

De weg omhoog

Dan pik ik de route weer op naast de tempelpoort. Het pad is smal en leidt me door wat bosjes heen. Gestaag gaat het omhoog. En wordt het weer nat. Het regent en miezert. Dat maakt dat ik mijn regencape iedere keer aan en uit moet doen. Hinderlijk en warm, want de temperatuur stijgt snel.

Afwisselend wandelen en rusten

Langs de route zijn regelmatig plekken waar je even kunt rusten. Daar maak ik veel gebruik van. Zo af en toe passeert een henro me dan; een keer verlaat een henro juist een bankje als ik eraan kom. We mompelen een groet en hij gaat verder. Het klimmen is intensief. De berghellingen zijn hier erg steil en het kost me veel energie om met mijn bepakking te klimmen. Dat ben ik niet gewend in ons vlakke Nederland.

Uitzicht vanaf de eerste bergtop

Uitzicht over Tukoshima

Als ik de eerste top heb bereikt, geniet ik van het uitzicht en app een foto naar Katja. Geweldig om zo over Shikoku uit te kunnen kijken, hoewel het eiland onttrokken is aan het zicht door de laaghangende bewolking.

Het pad leidt over een bergrug

De eerste afdaling

Ik daal af via een bergrug. Dat geeft me het gevoel koning van de bergen te zijn. Aan beide zijden van het pad gaat de berghelling naar beneden. Prachtig om te zien, fijn om te wandelen. Tot er opeens uit het niets een horzel op me af komt. Die blijft hinderlijk om me heen vliegen om te genieten van mijn zweet. Ik zit niet te wachten op een horzelsteek en probeer het beest van me af te schudden. Dat lukt niet.

Leren accepteren

Uiteindelijk realiseer ik me, dat die horzel toch wel in de buurt blijft. Ik kan me er maar beter bij neerleggen en zorgen dat hij me in ieder geval niet prikt. Dat scheelt een hoop energie. Weer een wijze les van de tocht; als je dingen niet onder controle kunt krijgen, accepteer ze dan, pas je aan en besteed er geen energie aan.

Mijn metgezel, de horzel

Tijdens een rust maak ik een foto van de horzel op mijn broek. Even later verlaat hij me. Waarom weet ik niet, misschien wel omdat ik uit zijn territorium ben gewandeld. Ik geniet van de vrijheid die ik ervaar nu ik niet meer op hoef te letten.

Als je dingen niet onder controle kunt krijgen, accepteer ze dan, pas je aan en besteedt er geen energie aan.

Inzicht van mijn Henro

Stenen beelden langs de route

Onderweg kom ik langs vele altaartjes, soms kaal met alleen een stenen beeldje, soms helemaal aangekleed en voorzien van offergaven. Zo af en toe blijf ik bij een staan, omdat de plek me raakt, ik energie voel uitgaan van de plek of het beeldje. Dan zeg ik na-mu-dai-shi-hen-jo-kon-go, één van de soetra’s uit het boekje. Het voelt goed om dat te doen, ik weet niet waarom, maar dat doet er niet toe.

Gladde paden

Het pad is ruw, oneffen, zanderig en soms nat en glad. Op sommige plaatsen zijn wat boomstammetjes gebruikt om traptreden te maken, meestal is het gewoon een pad door het bos. Meest verraderlijk zijn de stukken waar met stenen het pad is verhard. Die stenen zijn spekglad door het vocht en de aangroei. Zo af en toe glij ik uit, gelukkig weet ik me ieder keer weer op te vangen. Mijn kongozue, de staf van de pelgrim, vangt me netjes op.

Mijn stok als steun

Die kongozue representeert Kobo Daishi, de grondlegger van de tocht. Hij wandelt daarom altijd met je mee. Ik ervaar letterlijk zijn steun als ik de stok gebruik om de berg af te dalen. Dat had ik tevoren nooit verwacht; die stok blijkt eigenlijk noodzakelijk.

Op een van de bergruggen moet ik over een boom heenstappen, die het pad blokkeert. Het pad is hier nog geen meter breed en die grote stap zetten met een rugzak om is best spannend. Gelukkig weet ik die horde veilig te nemen.

Obstakel op de route

De eerste top is bereikt

Dan bereik ik het hoogste punt van de eerste berg. Daar is een altaar, Jooren-an, gemaakt, dat je bereikt via een stenen trap. Blijkbaar hebben werklui de route dus met de stenen beklommen om dit bouwwerk mogelijk te maken. Wat een inspanning! Er staat een fors standbeeld, naar ik aanneem van Kobo Daishi. In de henro-hut naast het altaar rust ik even uit.

Daily workout

Een Japanner met enorme kuiten loopt daar langs me heen. Hij heeft me een tempo te pakken! Ik denk dat hij zo met vijf of misschien wel zes kilometer per uur de berg op dendert. Later kom ik hem weer tegen op zijn weg terug naar beneden. Dan praat ik even met hem; hij woont beneden in de buurt van tempel 11 en doet deze klim als work-out…

Afdalen op een nat en glad pad

Steil naar beneden

Het pad gaat hier even steil naar beneden. In één kilometer afstand daal ik 320 meter. Dat is best wel zwaar voor mijn voeten en knieën. Ik voel dat ik een blaar loop op mijn grote teen en dat mijn voeten teveel schuiven in mijn schoenen. Daar moet ik bij de volgende rust wat aan doen, anders loop ik forse blaren.

Waar pelgrims achterover vallen – Henro-korogashi

Ik kom in het dal tussen beide bergketens. Daar wordt het land weer bewerkt. Wat kleine akkertjes en vooral boomgaarden. Op het laagste punt tussen de twee bergen loopt een weg, die steek ik over. Daar pik ik het pad weer op. Na een paar honderd meter gaat het pad over in rotsen. De regen van vanochtend heeft die rotsen glad gemaakt. Ik klim en klauter meer dan ik wandel. Sommige stukken moet ik zoeken naar steunpunten. Daar gaat het pad echt steil omhoog.

Ritsklimmen?

Dit kan toch nooit goed zijn? Er begint wat aan me te knagen. Ik kan me niet voorstellen dat dit de juiste route is. Ik pak mijn gidsje erbij en kijk nog eens naar de kaart. Dit stuk staat aangegeven als henro-korogashi; in 1,9km moet ik meer dan 300m hoogteverschil overbruggen. Maar na de tempel staat ook een paadje getekend, dat verder omhoog leidt naar 938 meter hoogte. Ik ben de tempel toch niet al voorbij gegaan?

De twijfel slaat toe

Ik stop twee keer, kijk op de kaart van mijn mobiel waar ik ben, onderzoek de kaart nog een keer en besluit dat ik terug ga. Ik ben vast verkeerd gewandeld. Gelukkig gaat de terugweg een stuk beter dan de heenweg. Heen was het ongeveer drie kwartier omhoog, terug is een half uurtje.

Dan de weg maar vragen

Dan ben ik weer bij de weg. Ik zie een boer aan het werk en roep hem aan. Hij weet niet waar de route is en begrijpt mijn Japans niet. Dan zien we twee pelgrims aan komen lopen, hij gebaart me dat ik hen maar moet vragen waar ik naartoe moet.

Weer samen met de Spanjaarden

De pelgrims blijken de twee Spanjaarden van gisteravond te zijn. Die zaten dus iets meer dan een uur achter me. Samen zoeken we de route. Op de weg zien we geen henro-wegwijzers. Alleen bij het pad waar ik net vandaan ben gekomen staat iets. De GPS-kaart op hun telefoon geeft uitsluitsel; dat is de route die we moeten volgen.

Een schop onder mijn kont

Daar moet ik me toch even overheen zetten. Ik heb net bijna anderhalf uur besteed aan het beklimmen, weer afdalen en zoeken naar de route die ik eigenlijk gewoon goed had gevolgd. Ik heb er de pest in, moet mezelf echt even tot de orde roepen en aansporen om met hen mee te gaan. Gelukkig vinden zij het fijn om het volgende stuk samen te wandelen.

Samen verder

Samen gaan we het pad weer op. Daar blijkt dat ik qua conditie tussen hen beide in zit. Hij gaat voorop, scout de route en wacht zo af en toe op ons. Ik kom daar achteraan en zij klimt weer een stukje onder mij. Op de vlakke stukken pauzeren we zo af en toe. Dat mag niet te lang van hem, want dan koelen we teveel af. Op naar boven dus!

Vertrouw op jezelf en zet gewoon (nog even) door!

Inzicht van mijn Henro

Ik was er bijna

Ik herken wel erg veel van de route. Op een gegeven moment zie ik het punt waar ik terug ben gegaan. En dan blijkt dat nog geen vijftien meter verderop een betonnen trap zichtbaar wordt. Die leidt naar het parkeerterrein van de tempel. Ik was er dus bijna toen ik besloot terug te gaan. Een wijze les; vertrouw op jezelf en zet gewoon (nog even) door!

Tempel 12 – Shosan-ji – voor Mathijs

Tempelpoort van Shosan-ji

Samen gaan we rond twee uur door de tempelpoort en wandelen Shosan-ji binnen. Ik was mijn handen, spoel mijn mond en zoek de bel op. Vandaag is Mathijs jarig, daarom maak ik een korte video voor hem. Helaas tikt de boomstam de bel maar net aan en hoor je de galm niet. Nog steeds heb ik niet voldoende lef om een galmende slag op die bel te geven.

De bel van Shosan-ji luidt voor Mathijs

De tempel zelf is omhuld door de wolken, alsof er een mist hangt. Daardoor is het er fris, killig na de vochtige warmte van vanochtend. Mijn zweet koelt snel af. Ik zoek naar mijn lange mouwenshirt in mijn rugzak en trek dat snel aan. Dan ga ik op zoek naar de altaren, doe mijn ritueel en haal mijn stempels.

Even rust

Zo, nu even tijd voor mezelf. Ook op deze hoogte tref je automaten met frisdrank aan. Ik trek een flesje Aquarius en drink het in een teug leeg. Ik heb het net gehaald met mijn watervoorraad in mijn Camelbag. Onderweg is maar een plek waar je water kan tappen, dat uit een pijpje stroomt. Puur bergwater, koud en heerlijk. Daar heb ik wel gedronken, maar was er geen noodzaak mijn flessen bij te vullen. Nu vul ik de twee lege flessen die ik in de zijvakken van mijn rugzak heb zitten.

Contact houden met de Spanjaarden

Op een bankje klets ik even met de Spanjaarden. Hij heet Xavi. Haar naam ben ik helaas vergeten. Wel wisselen we Whatapp gegevens uit; misschien dat we elkaar later weer tegenkomen. Om ons heen zijn mensen in de tempel druk bezig met het ophangen van allerlei versiering. Vanavond is er een lichtfeest op de berg. Xavi heeft afgesproken met een vriend, die haalt hen op en begeleidt hen vanavond naar het feest.

Naar Nabeiwa-so

Door de drukte is het restaurant gesloten, we kunnen dus geen warme dranken krijgen. Daarom besluit ik om een uur of drie dat ik doorga naar de ryokan, om daar op temperatuur te komen. De route naar de ryokan is nog drie-en-een-halve kilometer. Het eerste deel van de tocht gaat over paden van keien, die spekglad zijn door de regen. Tot overmaat van ramp gaat het weer regenen. Dat maakt het er niet beter op. Mijn humeur wordt er niet beter op. Dit is een dag vol tegenslagen!

Afdalen naar Nabeiwa

Zoeken in Nabeiwa

In het dorpje Nabeiwa volg ik de weg en zoek naar de ryokan. Als je naar iets loopt te zoeken, duurt de tocht erg lang; uiteindelijk zie ik een bord waaruit ik op kan maken dat de ryokan rechts van de weg ligt. Ik wandel over een bruggetje en kom bij een gebouw van twee verdiepingen hoog. Maar waar is de ingang? Ik zie even niet waar ik naar binnen kan. Als ik een hoek omsla, zie ik in de verte een parkeerplaats en dichtbij de entree. Het is rond vier uur als ik mijn schoenen buiten uit doe.

Een warm welkom

De eigenaresse komt naar buiten, neemt mijn kongozue aan en wast de onderkant van de staf. Dan mag Kobo Daishi rusten bij de andere stokken in de hal. Binnen wachten me slippers en een warm welkom. Nadat een kopie van mijn paspoort is gemaakt, wijst ze me waar de o-furo, badkamer is en leidt me naar mijn kamer. Straks klopt ze op de deur als ik het bad kan gebruiken.

Thuis voor de nacht

In de kamer staat thee klaar en liggen koekjes op me te wachten. Ik rol de futon uit en schrijf het avontuur van vandaag in mijn dagboekje. Dan klopt ze op mijn deur; de badkamer is vrij!

Mijn paleis voor vannacht

Het is heerlijk om bij te komen van een zware dag. Ik douche me helemaal schoon, was me twee keer en ga dan in het hete water van het bad liggen. Dat is zo heet dat ik me er bijna aan brand, maar na even wennen voel ik de vermoeidheid uit mijn spieren verdwijnen. Ik masseer mijn kuiten en benen om ze te ontspannen. Na een minuut of tien stap ik uit bad, droog me af en trek de yakuta, oneerbiedig badjas of beter thuiskimono, aan en ga terug naar mijn kamer. Onderweg geef ik aan dat de badkamer weer vrij is.

Het diner op dienblaadjes

Het eten wordt om 18:00 stipt geserveerd. Gelukkig ben ik al iets eerder beneden. Daar komen de andere gasten aanlopen. De Japanse dame die gisteravond ook bij de onsen was, maar ergens anders ging slapen herkent me en gaat gelijk naast me zitten. In een mix van Engels en Japans wisselen we ervaringen uit. Ze helpt me om mijn Japans te verbeteren. Prachtig hoe ze dat doet, zonder verwijten, soms met een kwinkslag. Ik leer ieder zin weer iets nieuws.

Een geïmproviseerde extra maaltijd

Naast de Japanse zijn er twee dames uit Korea, die prima Japans en Engels spreken. Zij doen de henro per bus, hebben dus niet de zware klim gedaan. En rond zes uur komt Geertje binnenlopen. Als zij vertelt dat ze te laat was om mee te kunnen eten, besluiten we allemaal wat van onze gerechten aan haar af te staan. De gastheer geeft haar een blad met bordjes, zodat ze keurig mee kan eten.

En hup naar bed!

Na het diner praten we nog even verder. We zetten onze dienblaadjes bij de keuken en danken de kok voor het heerlijke eten. Dan gaan we weer even zitten met een glaasje water en thee. Dat is niet de bedoeling; de gastheer ruimt de vaat op en gaat dan druk bezig om het licht uit te doen. We moeten naar boven. Daar zien we elkaar nog even bij de twee wasbakken in het halletje, waar we onze tanden staan te poetsen.

Het ruisen van een waterval

Mijn kamer in de ryokan ligt naast een waterval. Ik hoor het ruisen van het water als ik in mijn bed lig. Heel rustgevend en slaapverwekkend. Ik val al snel in een diepe slaap. Na een zware dag is het goed herstellen.

Noot voor toekomstige henro:
In 2020 schijnt Nabeiwa-so als gevolg van het uitblijven van toeristen door Corona gesloten te zijn. Er zijn nu nauwelijks slaapplekken te vinden direct na tempel 12. Bereidt je daarop goed voor!

2 reacties op “Dag 5 – Waar pelgrims achterovervallen – Henro korogashi – Shosan-ji”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.