Categorieën
Blog Reisverslag

Dag 17 – Zelfs prachtige vergezichten worden eentonig

Vandaag een lange tocht, waarin ik tempel 36 aandoe. In totaal een kilometer of 35 te wandelen in de brandende zon op heet asfalt. De prachtige vergezichten worden eentonig als ik vier uur langs de kust wandel. Gelukkig eindigt de dag goed in het Susaki Prince hotel.

11 september 2019 – Ik word vroeg wakker. De airco heeft de muffe lucht niet minder gemaakt. Geheel tegen mijn gewoonte in ga ik douchen om de lucht van de af te spoelen. Wat zal ik blij zijn als ik dit hotel uit kan. Met mijn spullen gepakt, ga ik naar de eetzaal. Ik kan hier vanochtend ontbijten. Ik hoop op een goed ontbijt en dat blijk zo te zijn. De dame in de keuken heeft me een blaadje met de verschillende gerechten. Het ziet er goed uit.

Tijdens het ontbijt oriënteer me even op de route van vandaag. Ik lees een blog van een Australische henro en zie dat er in tempel 35 de mogelijkheid was voor tsuyado. Achteraf had ik dat veel beter kunnen doen. Maar dat is wijsheid achteraf. Na het ontbijt lever ik mijn key card in en ga op weg.

Beelden in het wild

Ik Tosa zelf zie ik een groot beeld staan langs de weg. Dat zie ik vaker, gewoon langs de weg beelden, stenen lantaarns en kleine altaartjes. Op de meest vreemde plekken kom ik ze tegen. Leuk om te zien en vaak een punt om mijn aandacht weer even op de omgeving te richten. Want hoewel ik al veel kilometers heb gewandeld, blijven mijn gedachten nog steeds teruggaan naar zaken uit het verleden. Ik merk wel dat die steeds sneller een plekje krijgen en daarmee ook weer verdwijnen. Ik kom langzaam aan steeds meer ‘in het heden’.

Inkopen doen bij een lokale super

Vandaag bezoek ik maar één tempel, nummer 36 – Shoryu-ji. De route leidt me langs de kust, waar een klein vissersdorpje ligt. Daar ga ik een lokale supermarkt binnen en koop wat drinken. Op die momenten merk ik dat het Japans spreken lastig blijft. Ik beheers inmiddels een basis-set aan woorden, waarmee ik mezelf verstaanbaar maak. Het nadeel daarvan is, dat een Japanner vervolgens verwacht dat je ‘gewoon’ met hen kan praten. Ook in de supermarkt wordt het beetje dat ik spreek erg gewaardeerd, ik krijg alleen een waterval aan woorden terug, waarvan ik het meeste niet versta. Wablief? Met handen en voeten komen we er wel gelukkig vaak wel uit. Gelukkig zijn de meeste Japanners erg behulpzaam. Zeker en ook voor zo’n duidelijke buitenlander!

Tempel 36 – Shoryu-ji

Ik ga een brug over en volg een weg met prachtige palmbomen, tot ik bij de tempel kom. In de tempel staat een mooie pagode van drie verdiepingen. Het tempelcomplex zelf kent verschillende niveaus. In het hoofdaltaar start ik mijn ritueel. Een trap leidt me vervolgens naar het Daishi-altaar., waar ik mijn tweede serie soetra’s opzeg. Er staan mooie beelden in deze tempel.

Verder langs de kust

Er staat me weer een lange wandeling te wachten. Ik bereik tempel 37 pas over 57 kilometer. Dat betekent weer een dag of twee zonder tempelonderbreking. Ik verlaat de tempel en kies ervoor om via de kustroute naar Susaki te lopen. Het alternatief zou me terugleiden naar het vissersdorpje en iets mee landinwaarts langs een baai leiden. Voor 1975 was er geen brug naar dit deel van het schiereiland en voer er een pontje. Ik kan me de charme daarvan goed voorstellen.

Blijkbaar wandelen de meeste pelgrims de andere route, want al snel nadat ik de tempel verlaten heb, zijn de routebordjes ook weg. Ik zie een mooie tuin en een groot gebouw, daar loop ik maar op af. Het blijkt een school te zijn met een enorme buitenruimte. Bomen met een wijde en lage kruin zorgen voor schaduw en onder die bomen staan bankjes waarop grote aantallen leerlingen zitten. Die kijken wat vreemd op als ze een pelgrim zien. Een van hen wijst me de weg. Ik moet over het schoolterrein, tussen de gebouwen door en daar de weg nemen. Ik dank hem hartelijk en wandel verder, even later zie ik de weg en via het parkeerterrein van de school kom ik op de juiste route. Het is me weer gelukt!

Breathtaking views and Hilly road,
No food or water available.

Route Guide over dit traject

Geen water en eten beschikbaar

In de Route Guide staat in een klein rood kadertje de opmerking dat er op deze route geen water en eten te vinden is. Gelukkig heb ik een camelbag met twee liter water in mijn rugzak en twee flesjes met Aquarius in de zijvakken. Daarmee moet ik het wel halen tot een volgende foerageerplek.

En inderdaad, de uitzichten zijn geweldig. De weg ligt een heel stuk hoger dan de kustlijn. Vanaf de weg zie ik baai na baai verschijnen. Kleine zandstrandjes liggen er aanlokkelijk bij. De lucht is overheersend blauw, hoewel er regelmatig een baantje hoge witte wolken langs trekt. Ik vermoed dat de tyfoon nog steeds zorgt voor veel wind in de hogere luchtlagen.

Hitte en eentonigheid

Hier op het asfalt is het heet. De zon schijnt op mijn hoofd en schouders, de ligging van de weg zorgt voor windstilte en het asfalt is enorm opgewarmd. De weg stijgt en daalt met 7 tot 9%, genoeg om te zorgen dat iedere stap wat extra energie vergt.

Ik merk dat ik al snel uit de fase van de oh’s en ah’s ben. De volgende baai is net zo mooi als de vorige. Zelf prachtige stranden gaan op een gegeven moment vervelen.

Het grootste nadeel van deze route is het volledig ontbreken van rustpunten. Alleen bij een Monument halverwege het stuk is een parkeerplaats waar ik even kan gaan zitten in de schaduw van een boom, gewoon op het parkeerterrein op de grond. Daar staat ook een eenzame vending machine; er is dus gelukkig wel wat te drinken te vinden. De prijs van de drankjes is hier aanzien hoger dan normaal. Ik kan me voorstellen waarom; je zou dat stuk toch maar iedere keer moeten rijden om een paar blikjes aan te vullen.

Op zeeniveau

Langzaam gaat het naar beneden. De weg komt uiteindelijk op zeeniveau uit. Ik verlaat de kust en loop een stukje langs het eind van de baai waar het schiereiland aan het ‘vasteland’ zit. Daar is een camping te vinden. Die zie je hier niet veel. Er staan wat campers, geen tentjes. En dat snap ik want met deze hitte zou ik niet graag in een tent slapen. Ik zie een verbreding van de weg met veel schaduw.

Er staat een kleine camper waar iemand een stoeltje naast heeft gezet. De chauffeur ligt lekker te slapen. Ik leg mijn rain-cover neer en ga hier even zitten. Ik pak mijn lunch en eet die rustig in de schaduw op. Als ik net begonnen ben met eten wordt ik bijna overreden door een enorme vrachtwagen met boomstammen. Die gaat niet iets verderop staan, helaas met draaiende motor want de airco moet natuurlijk zijn werk blijven doen! Ik zit daardoor in de dieseldampen. Na mijn eerste rijstbal sta ik dus op en vertrek weer.

Zwoegend verder

Ik schat in dat het vandaag een graad op 35 is en het maakt niet uit of ik in de schaduw of de zon loop. Het is gewoon enorm heet. Ik moet mezelf scherp houden om door te lopen en netjes mijn voeten neer te zetten. De vermoeidheid slaat toe. Gelukkig zie ik op de kaart een henro-rustplek. Ik motiveer mezelf; op die plek ga ik even pauzen. Kom op, nog een kilometer of twee, je kan het!

Als ik er ben, is het terrein in gebruik voor wegwerkers. Ze hebben netjes een party-tent neergezet voor de henro. Die geeft schaduw (en veel meer hitte). Uitgeteld ga ik zitten, doe mijn sokken uit en laat mij verhitte voeten afkoelen aan de lucht. Ik heb last van de blaar aan mijn linkervoet en de schuurplekken spelen ook weer op. Ik laat mezelf even gaan, heb medelijden met mezelf. De tranen zitten hoog: wat doe ik mezelf toch aan? Niet voor het laatst vraag ik me af, waarom ik mezelf zo afbeul.

Na wat rust met nieuwe energie verder

De pauze duurt langer dan normaal. Ik neem hier een half uurtje rust, motiveer mezelf weer en besluit ervoor te gaan. Hup, sokken en schoenen aan, rugzak op en aan weer op weg. Na een kilometer of vier kom ik aan in Susaki, waar ik al snel het Susaki Prince Hotel zie staan. Ik ben er!

Het is een chique hotel. De lobby is enorm en uitgevoerd in marmer. Ik voel me een beetje geïntimideerd. De man aan de balie is netjes gekleed in uniform. Ik voel me vies na een dag zweten in de hete zon. Het lijkt hem niet uit te maken. Ik geef mijn naar en hij ziet dat ik gereserveerd heb. Al snel heb ik een key-card en legt hij uit waar mijn kamer is. Het ontbijt is self-service morgenochtend in de lobby.

Waar kan ik wassen?

Op de verdieping zie ik bij de liften een aantal ventilatoren staan. In de kamer merk ik waarom die handig zijn. De airco draait op een laag pitje, ik haal er dus snel een voor in de kamer. De luchtstroom helpt de koelte te verdelen. Ik drink even wat thee, kom tot rust en ga lekker douchen.

Ik trek mijn reservekleren aan en doe mijn was in een klein rood tasje. Daarmee ga ik terug naar de receptie, want ik zie nergens aangegeven waar wasmachines te vinden zijn. Daarvoor moet ik naar buiten, zegt de man aan de receptie. Ik ga op zoek en loop een rondje. Dat rondje wordt steeds groter, maar ik zie geen wasmachine. Wel zie ik een leuke bakkerij, een pizzeria en een yakitori-grill. Ik wandel zelfs een stuk terug langs de route, want op het industrieterrein zag ik een wasserette. Daar staan alleen machines voor kilo’s aan wasgoed en dat kost wel erg veel geld. Een beetje teleurgesteld loop ik terug naar het hotel en net voordat ik bij de hoofdingang kom, zie ik een klein gebouwtje met daarin twee wasmachines en een droger.

Een dure was

Ik gooi mijn was in een van de machines, doe er wat zeep bij en gooi twee munten van ¥ 100 in de automaat. Geen enkel effect. Ik probeer het geld terug te halen… weer geen effect. De machine gaat niet draaien en ik ben mijn geld kwijt. Nu moet ik eerst weer naar de receptie om geld te wisselen, doe dan mijn was over in de tweede machine, zeepsop erbij en probeer het opnieuw. Gelukkig, deze machine doet het. Straks nog een keer ¥ 100 betalen voor de droger en dan is mijn was gedaan. Dat blijkt dus een dure was!

 Terwijl de machine draait, wandel ik naar de overkant van de straat. Daar staat ene supermarkt. Ik vind het heerlijk om te kijken wat er allemaal aan exotische dingen te koop is. Wat is er veel eten te vinden, sommige gerechten zijn al kant en klaar, soms zijn er verpakkingen met stukjes van een gerecht en ze hebben veel vers. Ik koop wat amandelen, chipjes en drinken. Op mijn hotelkamer eet ik de chips op. Ik ga naar beneden om mijn was in de droger te gooien en neem mijn sokken alvast mee naar boven. Die hang ik lekker te drogen op de ventilator. Dat werkt prima!

Pizza met pit

Rond een uur of zes ga ik op zoek naar eten. Omdat ik eerder een pizzeria had gezien, heb ik zin in een pizza. De zaak wordt gerund door een oude rocker. Hij heeft grijze lokken, een sikje en een leren jackie aan. De tafeltjes zijn gedekt met plastic kleedjes met een blauw vierkantjesmotief. We raken aan de praat, hij spreekt wat Engels en ik wat Japans. Ik bestel een pizza met jalapeño-pepers en een cola. Na een minuut of tien komt het eten, lekker om weer een keertje ‘westers’ te eten! De pepers branden op mijn lippen, die zijn nog steeds schraal.

Als ik halverwege mijn pizza ben, komt de baas naar me toe. Hij vraagt of het goed is dat ik even op de zaak pas. Hij moet een bestelling wegbrengen. Met een kwartiertje is hij terug. Wat een vertrouwen; een vreemde zomaar in je zaak achterlaten en zelf weggaan. Na een minuut of vijf komt er een andere klant de zaak inlopen. Ik maak hem duidelijk dat de eigenaar straks weer terug komt. Hij vind het prima, pakt een blikje fris en gaat verderop in de zaak zitten. Als de eigenaar terug is, reken ik af, dank hem hartelijk en koop nog een ijsje bij de Family Mart aan de overkant van het hotel.

In mijn kamer pak ik mijn rugzak weer in, leg mijn frisse wandelspullen voor morgen klaar en ga op bed liggen. Zo kan het dus ook, een frisse hotelkamer, vriendelijk personeel en fijn eten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *