Categorieën
Blog Reisverslag

Dag 16 – Op naar een muf hotel

Vandaag wandel ik Kochi uit. Na een tocht met een pontje bezoek ik tempels 33, 34 en 35 om uiteindelijk aan te komen in Ino town. Daar word ik herenigd met mijn rugzak en zal ik de nacht doorbrengen in een muffe, naar schimmel ruikende hotelkamer.

10 september 2019 – Twee dagen in de zon lopen eisen hun tol. Terwijl ik mijn ontbijt eet, branden mijn lippen bij ieder hap. En dat terwijl het eten niet eens echt heet is. De kloofjes zijn zo diep dat alles wat ik eet pijn doet. Ik moet echt lippenbalsem kopen, anders hou ik het niet uit! Nooit gedacht dat ik zo’n last zou hebben van zulke simpele kwaaltjes. De blaar tussen mijn grote- en wijsteen heeft een tweede niveau gekregen. Prikken met een naald is lastig, want ik kan door de eerste blaar niet zien waar de randjes van de tweede lopen. Tape erover en afzien dus!

Heerlijk wandelen zonder rugzak

Vandaag kan ik weer zonder bepakking lopen. Alleen mijn tempeltasje gaat mee. De gastvrouw van Guest House Suisen is zo aardig mijn rugzak naar het hotel waar ik vanavond slaap te brengen. Na het eten reken ik af. Het valt qua kosten erg mee. Dit is echt een heel goede plek om te overnachten. Ik geeft haar een klompje als o-setai en zie dat ze het gelijk aan haar sleutelbos vastmaakt. Mooi om te zien hoe daar nu een oer-Hollands klompje in een Japanse vensterbank ligt.

Afscheid

Het is wederom een dolle rit, dwars door het verkeer in de spits. We zijn om tien over zeven vertrokken en met een half uurtje ben ik weer terug bij de driesprong net voor tempel 32. Ik neem afscheid van mijn gastvrouw en de Japanse henro. Hem wens ik succes vandaag, hij verzekert me dat hij me zal bellen als hij weet hoe zijn hotel is. En hij is benieuwd wanneer ik hem in ga halen. Met mijn lange benen loop ik harder en daarmee verder op een dag. Hij vindt 20 kilometer genoeg!

Schoolkinderen in uniform

Ik wandel langs een doorgaande weg, die steeds rustiger wordt. Overal lopen en fietsen schoolkinderen in uniform op weg naar school. Hun fel geleurde rugzakjes dansen over de weg als ze me rennend passeren. Soms roep er één o-henro-san! Dan voel ik me opeens herkend en wens ik ze goedemorgen; o-hayo gozaimasu!

Bijna aan het eind van de weg wijst een routepijl me naar rechts. Daar is een parkeerplaats en een klein wachtgebouwtje met een toilet. Dat komt goed uit, want ik heb veel gedronken vanochtend. Naast het gebouwtje is een grote deur. Dit is de Tanezaki haven. En die haven moet natuurlijk beschermd worden tegen eventuele tsunami-golven, dus moet die deur dicht blijven. Ik ga even verderop rustig in de schaduw zitten en wacht. Een dame met de fiets aan de hand komt naast me staan. We praten even met elkaar over het weer, waar ik vandaan kom en hoelang ik hier blijf. Hoewel ieder gesprek dezelfde strekking heeft, geniet ik ervan om het Japans te oefenen.

Overtocht met een pontje

Na een kwartier zie ik dat er een veerboot aanmeert achter die deur. Op dat moment komt ook de bus voorrijden en is het opeens druk met mensen die allemaal de veerboot op willen. Ze stellen zich netjes in een rij op, wachten totdat de passagiers de pont verlaten hebben en gaan aan boord. De dame met de fiets rijdt de boot op en ik sluit achteraan de rij aan en ga ook aan boord.

De bemanning van het pontje maakt een hele ceremonie van het sluiten van de tsunami-deur en het neerlaten van het hek op de veerboot. Dan gaat een claxon en begint de motor te brommen. We varen! Vanaf het water heb ik mooi zicht op de Uradobaai en de zware industrie langs het water. Iets verderop zie ik de brug van de snelweg die aan de zeezijde over de baai loopt. Met een kwartiertje ben ik aan de overkant. Daar volgt weer een heel ceremonieel om de pont aan te leggen. Als de hekjes opengaan, kan ik als eerste de wal weer op. Ik ben in de Nagahamahaven aangekomen.

Tempel 33 – Sekke-ji

Na anderhalve kilometer kom ik aan bij Sekke-ji. Ik loop er bijna voorbij, omdat er geen toegangspoort is. De plek oogt als een Shinto-Shrine. Dit keer dus geen wachters om te danken voor de veilige (over-) tocht. Dat doe ik dus maar voordat ik de trap op loop naar de tempel. Het is een knus tempeltje en midden op het terrein staat een minimarktje met allerlei fruit en snoepgoed. Een standbeeld van Kukai kijkt over dat alles uit en vindt het goed!

Door naar tempel 34

Net iets voorbij de tempel zie ik een paaltje langs de route staan waarop een prachtig felgekleurd beeldje van een vogeltje staat. Later zie ik dat bijna alle henro die hierlangs komen hier een foto van maken. Op Facebook staan ladingen foto’s van het beestje! Verderop onderweg kom ik een palmboom en een cactus tegen. Het klimaat is hier echt (sub-) tropisch! De staalblauwe hemel en stralende zon versterken de beleving van een tropisch oord.

De route slingert door het platteland en over een riviertje. Ik wandel gelukkig over kleine en rustige weggetjes. In het voorjaar moet hier de hydrangea bloeien, zie ik in de Engelse Route Guide. Nu staat alles er kaal bij. De warmte maakt dat ik mijn schuurplekken weer voel. Ik neem me voor om vanavond goed te douchen om het zweet kwijt te raken en de plekken dan te voorzien van een dikke laag zalf. Dan hoop ik dat mijn huid snel herstelt. Dit is echt niet fijn zo!

Tempel 34 – Tanema-ji

En weer een tempel zonder poortgebouw. Dit keer is het gewoon een open ruimte met een paar gebouwtjes. Er staan wat andere henro die met hun ritueel bezig zijn. Ik kan nog steeds mijn ritueel niet doen terwijl er iemand naast me staat die net ook hardop de soetra’s zegt. Ik raak daarvan van de wijs, kan me niet voldoende concentreren. Daar breekt me op, dat ik de soetra’s nog niet genoeg ken. Ik wacht dus tot zij klaar zijn en doe dan mijn ding.

Als ik mijn ritueel doe, zet ik meestal mijn rugzak (vandaag dus niet) en mijn tempeltasje ergens op of bij een bankje neer. Dan ga ik alleen met mijn kaarsje, wierrook, aansteker, muntje en soetra’s naar de altaartjes toe. Als ik klaar ben, doe ik mijn rugzak weer om (nu dus niet) en mijn tempeltas over de banden van mijn rugzak. En jawel hoor. Dat doe ik nu ook, alleen is er geen rugzak om het bandje tegen te houden, dus het tasje valt zo op de grond. Ik schrik me rot en check of alles nog heel is. Gelukkig geen schade. Dus doe ik het tasje weer om… met hetzelfde effect. Ik moet de band over mijn schouder doen realiseer ik. Blijkbaar ben ik toch moe en val ik terug op automatismen, die ik tijdens deze tocht al heb opgebouwd!

Voordat ik wegloop, koop ik een ijsje bij de dame die vooraan de tempel staat. Even afkoelen in de brandende zon.

Over de rivier naar Tosa city

Tempel 35 ligt op een kleine 10 kilometer van de vorige. De weg ernaartoe loopt een stuk langs de Niyodarivier. Na een tijdje kom ik bij de brug, die me erover voert.  Vanaf de brug heb ik een weids uitzicht over de rivier, de stenen oevers en de bossen op de oevers. Het is een prachtig gezicht. Ik realiseer me hoe nietig ik daar ben als wandelaar. Als ik aan de overkant ben, zie ik dat er boven Kochi bloemkoolwolken verschijnen. Ik ben benieuwd of het droog blijft vanavond.

Tempel 35 – Kiyotaki-ji

Ik wandel door Tosa en verlaat het stadje weer. Tempel 35 ligt op een heuvel achter de stad. Het is een mooie trip omhoog naar de tempel. Eerst een weg, dan een steil betonnen pad en het laatste stuk is een trap naar de poort. Daarachter ligt dan weer een forse trap naar de tempel zelf. Normaal zou ik mijn rugzak bij de poort hebben gelaten, dat hoeft nu niet. Lichtvoetig beklim ik de trap. Mijn conditie is enorm verbeterd, ik merk nauwelijks iets van het traplopen. Alleen de blaar onder mijn tenen doet pijn.

De tempel zelf is knus, rommelig en er wordt verbouwd. Ik vind het een fijne plek om te zijn. De tempel bestaat uit verschillende plateaus. Op een daarvan staat een Shinto-poort, waaraan rijstbundeltjes hangen. Wederom een mooi voorbeeld van het samensmelten van Boeddhisme en Shintoïsme. Die twee overtuigingen gaan hier vaker hand in hand; Japanners zijn erg inclusieve denkers. Voor hen is het eerder en-en dan of-of.

Als ik de tempel verlaat, zie ik dat je met de auto niet eens in de buurt van het poortgebouw komt. Je rijdt zo vanaf de weg de tempel binnen en kan daar parkeren. Ik blijf me daarover verbazen.

Een muf hotel

Ik wandel terug naar Tosa, vrijwel via dezelfde route als de heenweg. Mijn hotel ligt in het centrum. In de stad lopen twee schoolkinderen voor me. Ieder keer als ik dicht bij ze kom, rennen ze weer een stukje. De knalgele schooltas van een van hen hopt dan heen en weer. Als ze weer gaan wandelen, loop ik op hen in. Na een paar keer dat kat-en-muisspel gespeeld te hebben, rennen ze giechelend de hoek om en raak ik ze kwijt. Mijn hotel is aan het eind van deze straat!

Via een lift moet ik naar de eerste verdieping. Daar stap ik buiten uit de lift. Via een deur kom ik bij de lobby. De gang van het hotel is ook direct vanaf buiten bereikbaar. Een bijzonder idee dat iedereen er zomaar binnen kan lopen. In de lobby zie ik mijn rugzak al staan. We zijn herenigd! De receptioniste geeft me mijn keycard. Ik betaal direct. Morgenochtend kan ik hier ontbijten voordat ik op stap ga.

In de hotelkamer moet ik de keycard in een houder steken om de airco en het licht aan te krijgen. Er kan geen raam open en daardoor is het muf, vochtig en ruikt het naar schimmel. Ik check het bed: dat ziet er schoon uit. Dan ga ik eerst douchen en afkoelen, mijn schuurplekken invetten en een wasmachine vullen. Als ik daarmee klaar ben, gaat mijn telefoon. De Japanse henro is aangekomen bij de ryokan. En hij adviseert me om daar niet te gaan slapen. Vuil, slecht onderhouden en een knorrige eigenaar. Ik moet een alternatief vinden. Via de receptie lukt het me om het Susaki Prince hotel te boeken.

Koffie, gebak en inkopen

Naast het hotel is een bakkerij. Daar geniet ik van een kopje koffie, een chocolade cakeje en een cakeje met citroenvulling. Even genieten van een westers tussendoortje. Heerlijk om hier even rustig te zitten. Ik haal lippenbalsem bij de Family Mart aan de overkant van de weg. Even verderop is een supermarkt, waar ik meer boodschappen insla: instantsoep, een bento-maaltijd, bananen, twee liter Aquarius en bier. In het hotel eet ik mijn soepje, de bento en drink een alcoholvrij biertje.

Na het eten neem ik de tijd om een paar dagen vooruit te plannen. Overmorgen zou ik in tempel 37 kunnen slapen. Ze hebben een pelgrimshotel (shukubo), maar ik moet even kijken of er ook een mogelijkheid voor tsuyado is. En daarna kan ik naar een Henro House. Dat reserveer ik alvast via internet. Als het nodig is, kan ik die reservering altijd afzeggen. Daarna gebruik ik de wifi om even lekker te Facetimen met Katja. Fijn om elkaar te zien na al het appen!

2 reacties op “Dag 16 – Op naar een muf hotel”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *